Archief | april, 2011

Artikel literatuuronderzoekbron

28 Apr

Via MSN is ’t fijner kennismaken
In Nederland zijn 99% van de kinderen, in de leeftijdscategorie van 12 tot 17 jaar, online. Van de tieners die online zijn, is 83% lid van een sociale netwerksite. In het artikel Online Communication Among Adolescents van hoogleraar Jeugd en Media Patti Valkenburg en Jochen Peter van de Universiteit van Amsterdam, wordt bewezen dat dit percentage niet heel erg is. Het artikel vat namelijk de conclusies samen van meerdere grootschalige onderzoeken vanaf 1996 tot nu, onder duizenden Nederlandse tieners.
Vaak wordt gewaarschuwd voor de gevaren van sociale netwerksites, maar voor 93% van de tieners had de online communicatie een positief effect op hun zelfvertrouwen en de kwaliteit van al bestaande vriendschappen.
Deze positieve resultaten zijn best logisch. Het zelfvertrouwen wordt vergroot als mensen de controle hebben over de manier waarop zij zichzelf aan anderen presenteren. Op internet kun je jezelf mooier en leuke voordoen dan je bent. Foto’s zijn eenvoudig te bewerken, je hebt de tijd om een scherpe opmerking te verzinnen en stotteren is onzichtbaar voor anderen. Voor pubers is dit een groot voordeel. Via de sociale netwerksite kunnen zij het echte leven oefenen, zegt Valkenburg. “Zo leren ze wat ze kunnen doen om positieve reacties en complimenten uit te lokken.”
Maar het kan ook negatief uitpakken. Zeven procent krijgt te maken met onaardige reacties, gescheld of pesterijen.
Bij jonge tieners is het aantal vrienden een statussymbool: hoe meer, hoe beter. Vaak zijn dit dus ook kinderen die zij niet goed kennen. Maar rond de leeftijd van 15 of 16 jaar verandert dat een beetje, dan MSN’en ze alleen met bestaande vrienden. Via de computer vinden zij het vaak makkelijker om over intieme onderwerpen te praten, zoals: verliefheid en seksualiteit.
De onderzoekers enquêteerden duizenden tieners, daarnaast lieten ze een jongen en een meisje met elkaar kennis maken in een nagebouwde woonkamer. Die gesprekken vergeleken ze met online gesprekken, waar een jongen en meisje elkaar leerde kennen. Op de bank waren de gesprekken veel minder persoonlijk dan via het internet. Op internet gingen de gesprekken vaker en eerder over persoonlijke zaken.
Dit komt allereerst doordat het internet anoniem is. De gebruiker bepaalt zelf wat hij laat zien of horen, waardoor jongeren meer van zichzelf tonen en intiemere vragen durven te stellen.
De communicatie via internet is persoonlijk. Lichaamstaal speelt geen rol, je moet vragen stellen om te communiceren. De vragen die jongeren aan elkaar stellen, zijn vrij intiem. Hierdoor leren zij elkaar sneller kennen dan wanneer ze elkaar op het schoolplein zouden spreken.
Het relatief anoniem chatten heeft ook zijn nadelen. Het kan doorslaan in ongeremd gedrag. Op internet gebeurt dit sneller dan op het schoolplein en het valt ook minder snel op. Valkenburg: ,,Vroeger had een gezin één telefoon en die stond dan op de gang. Nu weten ouders vaak niet wat hun kind doet op internet, zelfs al zit hij in de huiskamer. De ouders moeten wel alert blijven.”

Kamerman, S. (februari 2011). Via MSN is ’t fijner kennismaken. NRC Handelsblad, Buitenland. Geraadpleegd op: 22 april 2011, van: (LexisNexis) http://rps.hva.nl:2240/hva/?language=nl&national=true

De trend & trendfactoren

20 Apr

Trendfactoren

Sociologie/cultuur
Sociologie en cultuur staan voor de maatschappelijke overtuigingen en waarden binnen de samenleving. De sociaal-culturele omgeving beïnvloedt de perceptie, voorkeuren en het gedrag van mensen. (Roothart & van der Pol, 2005) Daarom is de trendfactor sociologie/cultuur belangrijk voor de doelgroep. In de leeftijd 12 tot 17 jaar zijn jongeren erg beïnvloedbaar. Zij willen ‘erbij horen’ en hun vriendengroep of klasgenootjes hebben veel invloed op wat de jongeren dragen, hoe zij met elkaar communiceren en welke gadgets wel of niet ‘in’ zijn. De sociaal-culturele omgeving is dus erg belangrijk bij dit onderzoek.

Demografie
Demografie is de bestudering van de bevolkingssamenstelling ten aanzien van de grootte, de dichtheid, de woonplaats, de leeftijd, het geslacht, het ras en de bezigheden van de bevolking. (Roothart & van der Pol, 2005) Onze doelgroep is gesegmenteerd op demografisch niveau. Wij gaan ons richten op pubers in de leeftijdscategorie van 12 tot 17 jaar. We gaan kijken of het geslacht invloed heeft op vriendschappen. Maar ook waar de vrienden van pubers vandaan komen, wonen deze in de buurt of misschien aan de andere kant van het land? Ook gaan we kijken of het ras of geloof van een puber meespeelt in de vorming van vriendschap. Daarnaast gaan we de bezigheden van pubers en hun vrienden bestuderen.

Coolhunt(s)

20 Apr

In week 15 vond een speciaal internationaal lesprogramma over trends plaats. Twintig studenten en vier docenten van een Noorse zusteropleiding van de Hogeschool van Amsterdam, namen samen met ons deel aan dit programma. Elk team kreeg een coolhunt-opdracht in Amsterdam. Coolhunten is het zoeken en spotten van coole, inspirerende, vernieuwende zaken die toekomstig groeipotentieel hebben binnen een doelgroep. Het thema voor de coolhunt in de internationale week was ́experience economy’. Tijdens de opdracht werkten we samen met een aantal Noorse studenten. Hierdoor hebben we een aantal opvallende verschillen tussen Noorwegen en Nederland kunnen vaststellen. Ook hebben we een aantal typische Nederlandse trends gepresenteerd aan de Noorse studenten.






Moodboard Pubers

20 Apr

Het Plan van Aanpak

19 Apr

Deze periode zullen wij 205D trends in het kader van vriendschap voor de doelgroep jonger dan 50 jaar onderzoeken, herkennen, begrijpen, gebruiken en creëren. Hiervoor moet veel onderzoek verricht worden. Dit onderzoek zal zowel op desk- als fieldresearch gebaseerd zijn. Uiteindelijk presenteren wij een concept wat onder de grootste trend van vriendschap valt. Hoe wij dit project zullen vormgeven staat beschreven in het Plan van Aanpak