Archief | mei, 2011

Conclusie en inzicht deskresearch

24 Mei

De doelgroep waar wij ons op richten is 12 tot 15-jarigen. Deze jongeren wonen verspreid over het hele land. In deze leeftijdscategorie gaan vriendschappen een steeds belangrijkere rol spelen. Tijdens de puberteit worden vrienden net zo belangrijk als de ouders, jongeren zien hun vrienden minimaal één keer per week. Jongeren worden onder druk gezet door de groep en worden beïnvloed door gewenste beste vrienden. Zij willen graag bij een groep horen, omdat het een grote invloed heeft op hun eigenwaarde. Het is belangrijk dat het product door het merendeel van de groep geaccepteerd wordt, het product moet dus gericht zijn op de groep en niet op het individu.

Communicatie via internet
Vriendschappen worden over het algemeen niet gesloten op internet, maar op school, op de sportvereniging of met jongeren uit de buurt. Jongeren gebruiken internet vooral als communicatiemiddel om te chatten met vrienden en bekenden. Dit versterkt hun vriendschappen, maar ook digitaal pesten gebeurt vaker. Vooral jongens spelen games via internet. Het is goed om rekening te houden met communicatie via internet, maar omdat er op dit moment al erg veel ontwikkelingen zijn rondom jongerencommunicatie via internet (social media), is dit niet de eerste keus om een product te ontwikkelen waar communicatie via internet centraal staat.

Intieme vriendschappen
Bij meisjes speelt vertrouwen een grotere rol bij vriendschapsrelaties dan bij jongens. Intieme vriendschappen komen daarom vaker voor bij meisjes. 

Complimenten geven
Jongeren geven elkaar veel positieve reacties via internet. Hierbij gaat het om reacties op foto’s en statusberichten. Ook het aantal reacties is van invloed op het zelfvertrouwen van de jongeren. Jongeren zetten veel foto’s op internet en hechten veel waarde aan de mening van anderen, tijdens het brainstormen kijken we hoe we foto’s in het product kunnen verwerken.

Advertenties

Deskresearch pubers

15 Mei

De doelgroep waar wij ons op richten zijn pubers/jongeren in de leeftijdscategorie van 12 tot en met 15  jaar. In Nederland wonen gemiddeld 1,2 miljoen pubers, die bevinden zich niet duidelijk op bepaalde plaatsen in Nederland, maar wonen over het hele land verspreid. (CBS, 2011)

1.1 Puberteit
Kinderen van 12 tot en met 15 jaar maken een hoop veranderingen door:
• hun lichaam verandert;
• ze gaan zich anders voelen (ouder);
• hun denkwijze verandert (voor de puberteit waren de ouders heel erg belangrijk, tijdens de puberteit worden vrienden uiteindelijk even belangrijk).

Jongeren moeten dan een evenwicht zoeken tussen de verwachtingen van zijn of haar ouders en vrienden. Er wordt aan twee kanten aan het kind getrokken. De ouders zijn nog steeds belangrijk voor bepaalde adviezen en steun, maar de druk vanuit vriendengroepen nemen ook toe.

Om te zorgen dat een kind niet gebukt gaat onder de groepsdruk moet het kind zelfvertrouwen hebben en weerbaar zijn. Dit kan alleen als ouderen het waarderen wanneer hun kind kritisch is en zelf keuzes maakt. Ouders kunnen hun kind ook sturen op het gebied van het kiezen van een vriendengroep, zodat hun kind niet aansluit bij de ‘verkeerde’ groep. Kinderen die sociaal niet erg sterk zijn, zijn vaak erg kwetsbaar als zij ‘verkeerde’ vrienden kiezen.

1.2 Hobby’s
Voor de jeugd is tv-kijken hobby nummer één, maar voor pubers vanaf 13 jaar is dat internetten. Door het internet is het echter niet zo dat de pubers minder sociaal worden. De pubers gebruiken internet namelijk als communicatiemiddel, in plaats van de telefoon.
Vooral 13- tot 15-jarigen gebruiken het internet om te chatten met vrienden en bekenden. Pubers besteden ook veel tijd aan het spelen van games, deze games bieden ook de mogelijkheid om met elkaar te chatten.

Mariek Vanden Abeele, communicatiewetenschapper aan de KU Leuven beweert zelfs het volgende: “Door te chatten hebben ze meer contact met anderen. Het versterkt zelfs hun vriendschappen: nadat ze elkaar op school gezien hebben, hebben ze nog via het internet contact. Voor de grootste groep is het internet dan ook een verrijking van hun sociaal leven.”

Jongeren gebruiken nieuwe media vooral als een verlengde van het ‘echte’ leven, dit betekent dat zij alleen communiceren via social media met mensen die zij ook in het echte leven kennen. (cyberteens)

1.3 Ouders en vrienden

De huidige generatie jongeren is sterk gericht op zijn nabije omgeving. Hiermee worden hun ouders en vrienden bedoeld. De vriendenkring ligt meestal in het verlengde van het ouderlijke milieu. De meeste vriendschappen worden gesloten via school, sportclubs of de buurt. 99% van de jongeren tussen 12 en 18 jaar besteedt gemiddeld ruim 8 uur per week van hun vrije tijd aan internet. Zij hebben hierbij contact met hun vrienden, maar maken ook nieuwe vrienden online via virtuele communities zoals Habbo. (Qrius, 2009)

Jongeren hebben vaak honderden vrienden op hun social media account, maar zij communiceren maar met vier tot zeven vrienden op regelmatige basis. Voor alle social media geldt dat 20 procent van de vrienden zorgt voor 70 procent van de interacties.

1.4 Vriendschappen
Vrienden zijn erg belangrijk voor pubers. Zij leren zichzelf te ontwikkelen op sociaal gebied door middel van vriendschappen. Pubers proberen dingen uit met vrienden, zoals: roken, drinken of andere dingen waar de ouders het niet altijd mee eens zijn.
In de ogen van vele ouders is de telefoon het belangrijkste voor hun kinderen, aangezien ze dan te allen tijde contact kunnen houden met hun vrienden. Er bestaat echter een onderscheid in vriendschappen. Jongeren kunnen wederkerige maar ook zogenaamde gewenste beste vrienden hebben. Onder wederkerige beste vrienden worden onder jongeren ‘elkaar beste vrienden’ verstaan. Bij gewenste beste vrienden wordt verstaan dat de vriendschap van één kant komt.

Jongeren worden vooral beïnvloed door gewenste beste vrienden, omdat ze met die vrienden echt bevriend willen zijn. Jongeren denken dat de kans daarop groter wordt als hij of zij op die gewenste vriend(in) lijkt. Dat betekent dat het gedrag dus wordt afgestemd of wordt aangepast aan het gedrag van die gewenste vriend(in).

1.4.1 Drie vriendschapsvormen
Tijdens de puberteit kunnen jongeren zich ook bevinden binnen drie vormen van vriendschappen, namelijk:
• De kliek: een klein groepje jongeren dat bevriend is en zich als groep onderscheidt van de rest, wordt een kliek genoemd. Een kliek biedt jongeren bescherming en zekerheid. Bij een kliek is de kans echter het grootst dat een kind aansluit bij een ‘foute’ groep.
• De groep: de druk om te voldoen aan de verwachtingen van een groep is binnen de vriendengroep het grootst. Bij een groep aansluiten biedt zekerheid, maar het kan ook tot verzet leiden, want er ontstaat in de puberteit ook behoefte aan individualiseren.
• De individuele vriendschap: voor de behoefte aan individualiseren is een kind beter op zijn plek binnen een individuele vriendschap

Binnen deze vormen van vriendschappen bestaan er duidelijk verschillen in de intimiteit binnen vriendschappen van jongens en meisjes. Bij meisjes speelt vertrouwen een grotere rol bij vriendschapsrelaties dan bij jongens. Intieme vriendschappen komen daarom vaker voor bij meisjes.

1.4.2 Leerzame vriendschappen
Jongeren leren het volgende uit vriendschappen:
• hoe je een band moet onderhouden (openstellen/samenwerken/conflicten oplossen);
• hoe je gevoelens/gedachtes kunt uitwisselen;
• hoe je emoties uit/reguleert/luisterend oor bent;
• hoe je standpunten inneemt t.o.v. allerlei zaken.

Jongeren, oftewel pubers, hebben er veel voor over om bij een groep te horen. Het zelfvertrouwen wordt daardoor beter, zij menen dan te weten wie ze zijn en krijgen dan steun van de groep. Hoe meer jongeren zich identificeren met de groep, hoe meer invloed een vriendengroep kan hebben. Dat kan ook negatief uitpakken. Normen en waarden kunnen op die manier aangetast worden. Wanneer vriendengroepen een slechte invloed hebben op het kind dan kan dat gevaarlijk zijn voor de ontwikkeling, omdat de hele groep hetzelfde gedrag vertoont. Als je als kind (puber) dan afwijkt van dat gedrag, dan wordt je vaak buitengesloten buiten de groep.

Kortom, jongeren die een deel uit maken van een groep hebben meer zelfvertrouwen dan kinderen die er niet bij horen. Als jongeren dus bij een groep horen, dan heeft dat een sterke invloed op het gevoel van eigenwaarde.

1.4.3 Trends
Op het gebied van vriendschappen en jongeren zijn er verschillende trends zichtbaar. Jongeren zijn tegenwoordig vooral actief op de sociale media. Het aantal gebruikers van sociale media neemt nog steeds toe. Volgens Klantinteractie en Kenniscentrum is vooral Facebook is erg populair onder de gebruikers van social media. Jongeren houden hun vriendschappen dus ook steeds meer bij via sociale media. Zodra jongeren op het internet zitten gebruiken zij de sociale media om contacten te onderhouden met hun vrienden. De jeugd van tegenwoordig surft veel op het internet, maar daar worden ze niet minder sociaal van. Dit gezien het feit dat zij via internet juist veel contact hebben met vrienden en familie.

Een andere opvallende trend is dat sociale media positieve effecten heeft op jongeren. Dit komt volgens Klantinteractie en Kenniscentrum omdat de jongeren onderling erg complimenteus zijn op het internet. Van de reacties op foto’s en statusberichten is 94,9% positief en 96,6% ervaart reacties van vrienden als positief. Deze positieve berichten leiden tot een positievere zelfevaluatie. Positieve reacties van anderen leiden ook tot meer zelfvertrouwen, tevreden gevoel en een gevoel dat zij geaccepteerd worden.
Ook is aan het aantal reacties op foto’s te zien of iemand veel of juist weinig vrienden heeft. Hoe meer reacties, hoe meer vrienden iemand heeft. Jongeren zijn op het internet dus goed bezig als het gaat om het onderhouden van vriendschappen, want ze zijn namelijk erg complimenteus tegenover elkaar.

1.4.4 Invloed van social media
In het huidige tijdperk van digitalisering is te zien dat social media absoluut invloed heeft op de vriendschappen tussen mensen. De generatie die tussen 1980 en 2011 geboren is opgegroeid met al deze digitale ontwikkelingen, en ze spelen voor hun dan ook een grote rol. Ouderen zijn stroever in hun veranderingen, en dit is te zien in het feit dat ouderen (>50) vaker willen dat hun sociale leven niet verandert door sociale media dan jongeren (<30). Op het gebied van social media zijn er al verscheidene trends gesignaleerd. Zo was het eerst de trend om zoveel mogelijk vrienden te hebben in de digitale omgeving. Gevolg was een periode waarin iedereen weer selectief ging kijken wie nou wel hun echte vrienden waren, om vervolgens de anderen te verwijderen als vriend. Over het algemeen zijn Nederlanders wel tevreden over de invloed van social media op de manier van communiceren. Verwachte positieve veranderingen in het sociale leven dankzij social media zijn:

• Beter op de hoogte zijn waar vrienden en familie mee bezig zijn (41 procent)
• Vaker contact hebben met familie en vrienden (33 procent)
• Beter contact met familie en vrienden (24 procent) (Change index, 2010)

1.4.5 Ontwikkelingen binnen het gebruik van social media
Tegenwoordig gebruikt het merendeel van de Nederlanders hun social media voor privé doeleinden. Echter, 52 procent verwacht dat social media niet meer weg te denken zal zijn uit het professionele leven. Een opvallend feit is dat vrouwen vaker gebruik maken van social media, en ook positiever zijn over de invloed van social media op hun sociale leven. (Change index, 2010)
In de huidige fase van social media zal er steeds meer vraag komen naar beeldmateriaal. Zo is te zien dat meer dan 10 procent van alle views op YouTube via sociale netwerken komt. Deze ontwikkeling is echter te generaliseren voor de gehele samenleving, het wordt steeds meer een beeldcultuur. Daarnaast is het de trend dat gebruikers steeds meer willen delen via hun sociale media. Het gemak van delen zal in de komende tijd verder worden ontwikkeld. (Frankwatching, 2010)

1.5 Vrijetijdsbesteding
Pubers kunnen op meerdere manieren vriendschappen onderhouden. Zo kunnen zij vrienden hebben bij hun in de straat, op school of op de sportclub. Door sociale contacten ontstaan er vriendschappen. Het is dus noodzakelijk dat jongeren tijdens de vrijetijdsbesteding meer sociaal contact hebben.

Bijna alle 12 tot en met 15 jarigen (99%) zien hun vrienden een keer per week of vaker. Dit in tegenstelling tot hun familie, 75% ziet familieleden een keer per week of vaker. Pubers besteden dus gemiddeld meer tijd aan vrienden en kennissen dan aan familie. (CBS, 2011)

1.5.1 Multimedia
Ruim 95% van de pubers zit nog op school. Naast de tijd die zij doorbrengen op school en aan hun schoolwerk, hebben zij nog veel andere activiteiten in hun vrije tijd. Uit onderzoek van OIVO blijkt echter dat jongeren hun vrije tijd voornamelijk besteden aan multimedia. Tv-kijken (98%), internetten (92%), muziek luisteren (90%) en gamen (78%) staan bovenaan in de lijst van activiteiten die men tijdens de vrije tijd uitvoert. Dit zijn over het algemeen activiteiten die men alleen doet. De activiteiten die men uitvoert met vrienden of ander gezelschap, zoals: sporten (72%), iets gaan drinken (71%), uitgaan (48%) en op pad gaan met een jeugdbeweging (34%) staan lager geklasseerd.

In de afgelopen jaren keken pubers steeds minder televisie en besteedden zij juist meer tijd aan internet. De afname van televisie komt niet doordat de televisie minder populair is, maar omdat internet ook de mogelijkheid van online gemiste programma’s terug te kijken. (CBS, 2010) Naast het gebruik van verschillende media, beoefent bijna driekwart van de jongeren een sport. Ook brengen zij wel eens een bezoek aan musea, wat vaak vanuit school geregeld is. (Youngmarketing, 2010)

1.5.2 Sport
Jongeren doen tegenwoordig minder aan sport. Dit is zorgwekkend, want het OIVO pleit voor meer actievere vormen van vrijetijdsbesteding. Het OIVO vreest dat multimedia die plaats van hobby’s zal innemen. Volgens het OIVO is sporten niet alleen gezond, maar ook goed voor het sociale gedeelte van het leven van een kind. Als men minder gaat sporten dan raakt men op den duur achter op het gebied van socialisatie.

1.6 De overheid
De overheid heeft geen campagnes in het verleden gehad die specifiek gericht zijn op jongeren met betrekking tot vriendschap. Wel zijn er verschillende campagnes gericht op jongeren. Deze campagnes staan hieronder aangegeven en kort beschreven.

1.6.1 Jongeren in een scheiding (2011)
Jaarlijks zijn er 70,000 kinderen in Nederland wiens ouders gaan scheiden. Met deze campagne wil SIRE ouders bewust maken van de consequenties van een scheiding voor hun kinderen, en helpen om een scheiding vanuit het oogpunt van de kinderen goed te laten verlopen. De campagne maakt indringend duidelijk hoeveel invloed de woorden van scheidende ouders kunnen hebben op hun kinderen. De geportretteerde kinderen zijn getatoeëerd door de woorden van hun ouders, letterlijk. Dit maakt duidelijk dat de conflicten in scheiding niet alleen op het moment zelf grote impact hebben, maar mogelijk een leven lang invloed zullen hebben op het kind.

1.6.2 Digitaal pesten (2007)
De digitale wereld kent geen grenzen. Op internet gedragen onschuldige kinderen zich soms als monsters. Een klasgenoot uitschelden, tijdens het chatten vrienden tegen elkaar opzetten, iemand dood wensen in een sms’je of elkaars computers infecteren met een virus zijn onder kinderen heel gewone praktijken. We noemen dat digitaal pesten. En net als ‘gewoon’ pesten heeft digitaal pesten in veel situaties ernstige gevolgen. Kinderen hebben geen idee van wat ze aanrichten en weten vaak zelf niet eens meer wie ze zijn als ze online gaan. Logisch, als niemand ze confronteert met wat wel en niet kan. SIRE wil dat ouders, leerkrachten en kinderen zelf bewust worden van de grenzen op internet. Dezelfde grenzen als die op straat gelden. Daarom werd in 2007 deze campagne gevoerd.

Observatie Fris @ Panama 03.05.11

13 Mei

Moodboard Vriendschap

8 Mei

Artikelen literatuuronderzoeksbron

1 Mei

Via MSN is ’t fijner kennismaken

In Nederland zijn 99% van de kinderen, in de leeftijdscategorie van 12 tot 15 jaar, online. Van de tieners die online zijn, is 83% lid van een sociale netwerksite. In het artikel Online Communication Among Adolescents van hoogleraar Jeugd en Media Patti Valkenburg en Jochen Peter van de Universiteit van Amsterdam, wordt bewezen dat dit percentage niet heel erg is. Het artikel vat namelijk de conclusies samen van meerdere grootschalige onderzoeken vanaf 1996 tot nu, onder duizenden Nederlandse tieners.
Vaak wordt gewaarschuwd voor de gevaren van sociale netwerksites, maar voor 93% van de tieners had de online communicatie een positief effect op hun zelfvertrouwen en de kwaliteit van al bestaande vriendschappen.
Deze positieve resultaten zijn best logisch. Het zelfvertrouwen wordt vergroot als mensen de controle hebben over de manier waarop zij zichzelf aan anderen presenteren. Op internet kun je jezelf mooier en leuke voordoen dan je bent. Foto’s zijn eenvoudig te bewerken, je hebt de tijd om een scherpe opmerking te verzinnen en stotteren is onzichtbaar voor anderen. Voor pubers is dit een groot voordeel. Via de sociale netwerksite kunnen zij het echte leven oefenen, zegt Valkenburg. “Zo leren ze wat ze kunnen doen om positieve reacties en complimenten uit te lokken.”
Maar het kan ook negatief uitpakken. Zeven procent krijgt te maken met onaardige reacties, gescheld of pesterijen.
Bij jonge tieners is het aantal vrienden een statussymbool: hoe meer, hoe beter. Vaak zijn dit dus ook kinderen die zij niet goed kennen. Maar rond de leeftijd van 15 of 16 jaar verandert dat een beetje, dan MSN’en ze alleen met bestaande vrienden. Via de computer vinden zij het vaak makkelijker om over intieme onderwerpen te praten, zoals: verliefheid en seksualiteit.
De onderzoekers enquêteerden duizenden tieners, daarnaast lieten ze een jongen en een meisje met elkaar kennis maken in een nagebouwde woonkamer. Die gesprekken vergeleken ze met online gesprekken, waar een jongen en meisje elkaar leerde kennen. Op de bank waren de gesprekken veel minder persoonlijk dan via het internet. Op internet gingen de gesprekken vaker en eerder over persoonlijke zaken.
Dit komt allereerst doordat het internet anoniem is. De gebruiker bepaalt zelf wat hij laat zien of horen, waardoor jongeren meer van zichzelf tonen en intiemere vragen durven te stellen.
De communicatie via internet is persoonlijk. Lichaamstaal speelt geen rol, je moet vragen stellen om te communiceren. De vragen die jongeren aan elkaar stellen, zijn vrij intiem. Hierdoor leren zij elkaar sneller kennen dan wanneer ze elkaar op het schoolplein zouden spreken.
Het relatief anoniem chatten heeft ook zijn nadelen. Het kan doorslaan in ongeremd gedrag. Op internet gebeurt dit sneller dan op het schoolplein en het valt ook minder snel op. Valkenburg: ,,Vroeger had een gezin één telefoon en die stond dan op de gang. Nu weten ouders vaak niet wat hun kind doet op internet, zelfs al zit hij in de huiskamer. De ouders moeten wel alert blijven.”

Kamerman, S. (februari 2011). Via MSN is ’t fijner kennismaken. NRC Handelsblad, Buitenland. Geraadpleegd op: 22 april 2011, van: (LexisNexis) http://rps.hva.nl:2240/hva/?language=nl&national=true

Love in the time of twitter (internationaal artikel)
Vroeger hadden tieners drie manieren om hun geliefde te dumpen: persoonlijk, telefonisch of door middel van een brief. Tegenwoordig bestaan er veel verschillende sociale media, e-mail, video bellen en heel veel andere technologische opties.

Tegenwoordig ontwikkelen de lichamen van tieners veel sneller, 12-jarige meisjes zien er al uit alsof zij 18 zijn. Dit kan de aandacht van oudere jongens trekken, terwijl er maar een aantal tieners klaar is voor een psychische relatie. Het is daarom belangrijk dat de ouders van de tieners, dat zij de tieners helpen. Dit kunnen zij doen door middel van praten, maar als hun tiener nog niet klaar is om erover te praten, kan het ook handig zijn om kinderen te wijzen op een boek of website. Op deze manier kunnen zij zelf antwoorden zoeken, zonder dat zij zich schamen of ongemakkelijk voelen tegenover hun ouders.
Bron: Herald Sun (Australië) (16 april 2011) ‘Love in the time of twitter’. Geraadpleegd op 16 april 2011, van: http://rps.hva.nl:2240/hva/

Facebooken goed voor imago
Van sociale media krijgen jongeren meer zelfvertrouwen. Jongeren tot twintig jaar reageren vaak positief op profielen en profielfoto’s van anderen. Zo krijgen zij het gevoel dat ze geaccepteerd worden. Uit onderzoek van ComScore blijkt dat Nederland in verhouding het grootste aantal LinkedIn- en Twittergebruikers ter wereld heeft, waarvan veel jongeren: hoe intensiever jongeren deze sites gebruiken, hoe meer online vrienden zij hebben. Verschillende online netwerkers delen deze bevindingen, maar denken ook dat er een negatieve kant aan het gebruik van sociale media zit, namelijk het verslaafd raken aan social media en te veel persoonlijke informatie verspreiden. Bedrijfjes gebruiken social media vooral om reclame te maken, het is gratis en het heeft een groot bereik.

Bron: Bode, J. (2011). Facebooken goed voor imago. Sp!ts, 28 april 2011, p.8.

Extreem blij om erbij te horen
Tijdens de Brain Awareness Week hield Eveline Crone, hoogleraar neurocognitieve ontwikkelingspsychologie, de Nationale Hersenlezing onder de titel Storm in het puberbrein. Ze is bekend door haar boek Het puberende brein.

De sociale ontwikkeling van kinderen en jongeren is een van de belangrijkste fases tijdens de adolescentie. Kinderen groeien uit tot volwassen, maken zich los van hun ouders en nemen verantwoordelijkheid voor hun eigen leven. Maar wat weten we eigenlijk over de hersenprocessen die daarbij een rol spelen? ‘Pas de laatste vijf jaar is daar meer over bekend geworden’, zegt Crone. ‘Eerst werd gedacht dat hormonen allesbepalend zijn voor ontwikkelingen tijdens de puberteit. Daarna vonden wetenschappers die focus op hormonen overdreven: tijdens de sociale ontwikkeling van pubers is er veel meer aan de hand. Nu komen we erachter dat het en-en is: hormonen spelen een rol bij die sociale ontwikkeling, doordat ze invloed hebben op de manier waarop de hersenen van pubers werken.’

Drie systemen in de hersenen zijn belangrijk. Het detectiesysteem, daarmee worden sociale emoties van gezichten afgelezen. Dit is een oud gebied in de hersenen, want bij baby’s werkt dit al heel goed. Het tweede hersengebied speelt een rol bij het voelen van sociale emoties. Crone: ‘We weten alleen dat het tijdens de puberteit hypergevoelig is. Ik denk dat dat komt doordat pubers eropuit moeten, sociale relaties moeten gaan vormen.’ Het derde systeem is belangrijk om de bedoelingen van anderen te begrijpen en is evolutionair het jongst.

Als mensen volwassen zijn, zijn de drie systemen normaal gesproken in evenwicht. Dit komt door een samenspel van rijping van de hersengebieden en ervaringen die je hebt opgedaan. Opvallend is dat stoornissen als depressie, angst en schizofrenie bijna allemaal ontstaan in de adolescentie. Crone: ‘Kennelijk veranderen hersengebieden onder invloed van puberteitshormonen en ervaringen. Het brein is in die levensfase gevoelig, en dat lijkt iets te triggeren waardoor juist dan stemmingsstoornissen ontstaan. Dat lijkt erop te wijzen dat de puberteit en adolescentie cruciaal zijn om zulke stoornissen beter te begrijpen. Je bent eigenlijk te laat als je ze gaat onderzoeken op het moment dat mensen al volwassen zijn.’

Crone wil naast onderzoek naar de normale ontwikkeling van het sociale brein ook individuele verschillen tussen jongeren beter begrijpen. Iets ingrijpends zoals een sociale afwijzing. Crone: ‘De insula in de hersenen is heel gevoelig voor sociale afwijzing. Als je wordt buitengesloten, wordt dat hersengebiedje actief. Maar als kinderen met veel vriendjes in de klas worden afgewezen, reageert dat gebied veel minder sterk. Dat zou kunnen betekenen dat een goed vriendennetwerk gevoelens van afwijzing kan compenseren. Dat is belangrijk om uit te zoeken, want we weten dat kinderen zonder vrienden meer last hebben van depressieve gevoelens dan kinderen met vrienden.’

Dezelfde gebieden die belangrijk zijn voor fysieke pijn, zijn ook actief bij sociale pijn. In de adolescentie doen deze extra zeer, omdat dan sprake is van overgevoeligheid voor binnen- en buitengesloten worden. Het begrip voor intenties ontwikkelt zich pas later, dus is er ook sprake van kwetsbaarheid. ‘Pubers kunnen zich heel erg buitengesloten voelen zonder dat ze begrijpen waarom dat zo is. Andersom is het gevoel van blijdschap om erbij te horen bij pubers ook heel sterk. Gelukkig is die gevoeligheid dus niet alleen maar negatief.’

Bron: De Volkskrant (19 maart 2011) ‘Extreem blij om erbij te horen’. Geraadpleegd op 17 april 2011, van: http://rps.hva.nl:2240/hva/ (LexisNexis)