Artikelen literatuuronderzoeksbron

1 Mei

Via MSN is ’t fijner kennismaken

In Nederland zijn 99% van de kinderen, in de leeftijdscategorie van 12 tot 15 jaar, online. Van de tieners die online zijn, is 83% lid van een sociale netwerksite. In het artikel Online Communication Among Adolescents van hoogleraar Jeugd en Media Patti Valkenburg en Jochen Peter van de Universiteit van Amsterdam, wordt bewezen dat dit percentage niet heel erg is. Het artikel vat namelijk de conclusies samen van meerdere grootschalige onderzoeken vanaf 1996 tot nu, onder duizenden Nederlandse tieners.
Vaak wordt gewaarschuwd voor de gevaren van sociale netwerksites, maar voor 93% van de tieners had de online communicatie een positief effect op hun zelfvertrouwen en de kwaliteit van al bestaande vriendschappen.
Deze positieve resultaten zijn best logisch. Het zelfvertrouwen wordt vergroot als mensen de controle hebben over de manier waarop zij zichzelf aan anderen presenteren. Op internet kun je jezelf mooier en leuke voordoen dan je bent. Foto’s zijn eenvoudig te bewerken, je hebt de tijd om een scherpe opmerking te verzinnen en stotteren is onzichtbaar voor anderen. Voor pubers is dit een groot voordeel. Via de sociale netwerksite kunnen zij het echte leven oefenen, zegt Valkenburg. “Zo leren ze wat ze kunnen doen om positieve reacties en complimenten uit te lokken.”
Maar het kan ook negatief uitpakken. Zeven procent krijgt te maken met onaardige reacties, gescheld of pesterijen.
Bij jonge tieners is het aantal vrienden een statussymbool: hoe meer, hoe beter. Vaak zijn dit dus ook kinderen die zij niet goed kennen. Maar rond de leeftijd van 15 of 16 jaar verandert dat een beetje, dan MSN’en ze alleen met bestaande vrienden. Via de computer vinden zij het vaak makkelijker om over intieme onderwerpen te praten, zoals: verliefheid en seksualiteit.
De onderzoekers enquêteerden duizenden tieners, daarnaast lieten ze een jongen en een meisje met elkaar kennis maken in een nagebouwde woonkamer. Die gesprekken vergeleken ze met online gesprekken, waar een jongen en meisje elkaar leerde kennen. Op de bank waren de gesprekken veel minder persoonlijk dan via het internet. Op internet gingen de gesprekken vaker en eerder over persoonlijke zaken.
Dit komt allereerst doordat het internet anoniem is. De gebruiker bepaalt zelf wat hij laat zien of horen, waardoor jongeren meer van zichzelf tonen en intiemere vragen durven te stellen.
De communicatie via internet is persoonlijk. Lichaamstaal speelt geen rol, je moet vragen stellen om te communiceren. De vragen die jongeren aan elkaar stellen, zijn vrij intiem. Hierdoor leren zij elkaar sneller kennen dan wanneer ze elkaar op het schoolplein zouden spreken.
Het relatief anoniem chatten heeft ook zijn nadelen. Het kan doorslaan in ongeremd gedrag. Op internet gebeurt dit sneller dan op het schoolplein en het valt ook minder snel op. Valkenburg: ,,Vroeger had een gezin één telefoon en die stond dan op de gang. Nu weten ouders vaak niet wat hun kind doet op internet, zelfs al zit hij in de huiskamer. De ouders moeten wel alert blijven.”

Kamerman, S. (februari 2011). Via MSN is ’t fijner kennismaken. NRC Handelsblad, Buitenland. Geraadpleegd op: 22 april 2011, van: (LexisNexis) http://rps.hva.nl:2240/hva/?language=nl&national=true

Love in the time of twitter (internationaal artikel)
Vroeger hadden tieners drie manieren om hun geliefde te dumpen: persoonlijk, telefonisch of door middel van een brief. Tegenwoordig bestaan er veel verschillende sociale media, e-mail, video bellen en heel veel andere technologische opties.

Tegenwoordig ontwikkelen de lichamen van tieners veel sneller, 12-jarige meisjes zien er al uit alsof zij 18 zijn. Dit kan de aandacht van oudere jongens trekken, terwijl er maar een aantal tieners klaar is voor een psychische relatie. Het is daarom belangrijk dat de ouders van de tieners, dat zij de tieners helpen. Dit kunnen zij doen door middel van praten, maar als hun tiener nog niet klaar is om erover te praten, kan het ook handig zijn om kinderen te wijzen op een boek of website. Op deze manier kunnen zij zelf antwoorden zoeken, zonder dat zij zich schamen of ongemakkelijk voelen tegenover hun ouders.
Bron: Herald Sun (Australië) (16 april 2011) ‘Love in the time of twitter’. Geraadpleegd op 16 april 2011, van: http://rps.hva.nl:2240/hva/

Facebooken goed voor imago
Van sociale media krijgen jongeren meer zelfvertrouwen. Jongeren tot twintig jaar reageren vaak positief op profielen en profielfoto’s van anderen. Zo krijgen zij het gevoel dat ze geaccepteerd worden. Uit onderzoek van ComScore blijkt dat Nederland in verhouding het grootste aantal LinkedIn- en Twittergebruikers ter wereld heeft, waarvan veel jongeren: hoe intensiever jongeren deze sites gebruiken, hoe meer online vrienden zij hebben. Verschillende online netwerkers delen deze bevindingen, maar denken ook dat er een negatieve kant aan het gebruik van sociale media zit, namelijk het verslaafd raken aan social media en te veel persoonlijke informatie verspreiden. Bedrijfjes gebruiken social media vooral om reclame te maken, het is gratis en het heeft een groot bereik.

Bron: Bode, J. (2011). Facebooken goed voor imago. Sp!ts, 28 april 2011, p.8.

Extreem blij om erbij te horen
Tijdens de Brain Awareness Week hield Eveline Crone, hoogleraar neurocognitieve ontwikkelingspsychologie, de Nationale Hersenlezing onder de titel Storm in het puberbrein. Ze is bekend door haar boek Het puberende brein.

De sociale ontwikkeling van kinderen en jongeren is een van de belangrijkste fases tijdens de adolescentie. Kinderen groeien uit tot volwassen, maken zich los van hun ouders en nemen verantwoordelijkheid voor hun eigen leven. Maar wat weten we eigenlijk over de hersenprocessen die daarbij een rol spelen? ‘Pas de laatste vijf jaar is daar meer over bekend geworden’, zegt Crone. ‘Eerst werd gedacht dat hormonen allesbepalend zijn voor ontwikkelingen tijdens de puberteit. Daarna vonden wetenschappers die focus op hormonen overdreven: tijdens de sociale ontwikkeling van pubers is er veel meer aan de hand. Nu komen we erachter dat het en-en is: hormonen spelen een rol bij die sociale ontwikkeling, doordat ze invloed hebben op de manier waarop de hersenen van pubers werken.’

Drie systemen in de hersenen zijn belangrijk. Het detectiesysteem, daarmee worden sociale emoties van gezichten afgelezen. Dit is een oud gebied in de hersenen, want bij baby’s werkt dit al heel goed. Het tweede hersengebied speelt een rol bij het voelen van sociale emoties. Crone: ‘We weten alleen dat het tijdens de puberteit hypergevoelig is. Ik denk dat dat komt doordat pubers eropuit moeten, sociale relaties moeten gaan vormen.’ Het derde systeem is belangrijk om de bedoelingen van anderen te begrijpen en is evolutionair het jongst.

Als mensen volwassen zijn, zijn de drie systemen normaal gesproken in evenwicht. Dit komt door een samenspel van rijping van de hersengebieden en ervaringen die je hebt opgedaan. Opvallend is dat stoornissen als depressie, angst en schizofrenie bijna allemaal ontstaan in de adolescentie. Crone: ‘Kennelijk veranderen hersengebieden onder invloed van puberteitshormonen en ervaringen. Het brein is in die levensfase gevoelig, en dat lijkt iets te triggeren waardoor juist dan stemmingsstoornissen ontstaan. Dat lijkt erop te wijzen dat de puberteit en adolescentie cruciaal zijn om zulke stoornissen beter te begrijpen. Je bent eigenlijk te laat als je ze gaat onderzoeken op het moment dat mensen al volwassen zijn.’

Crone wil naast onderzoek naar de normale ontwikkeling van het sociale brein ook individuele verschillen tussen jongeren beter begrijpen. Iets ingrijpends zoals een sociale afwijzing. Crone: ‘De insula in de hersenen is heel gevoelig voor sociale afwijzing. Als je wordt buitengesloten, wordt dat hersengebiedje actief. Maar als kinderen met veel vriendjes in de klas worden afgewezen, reageert dat gebied veel minder sterk. Dat zou kunnen betekenen dat een goed vriendennetwerk gevoelens van afwijzing kan compenseren. Dat is belangrijk om uit te zoeken, want we weten dat kinderen zonder vrienden meer last hebben van depressieve gevoelens dan kinderen met vrienden.’

Dezelfde gebieden die belangrijk zijn voor fysieke pijn, zijn ook actief bij sociale pijn. In de adolescentie doen deze extra zeer, omdat dan sprake is van overgevoeligheid voor binnen- en buitengesloten worden. Het begrip voor intenties ontwikkelt zich pas later, dus is er ook sprake van kwetsbaarheid. ‘Pubers kunnen zich heel erg buitengesloten voelen zonder dat ze begrijpen waarom dat zo is. Andersom is het gevoel van blijdschap om erbij te horen bij pubers ook heel sterk. Gelukkig is die gevoeligheid dus niet alleen maar negatief.’

Bron: De Volkskrant (19 maart 2011) ‘Extreem blij om erbij te horen’. Geraadpleegd op 17 april 2011, van: http://rps.hva.nl:2240/hva/ (LexisNexis)

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: