Doelgroep

Om een goed beeld te vormen van de doelgroep, zijn er twee ijkpersonen gemaakt.

  • Bart

Bart is 13 jaar en woont in Hoofddorp. Hij zit op de middelbare school in de 2e klas, daar doet hij VMBO-TL. Hij heeft vier beste vrienden, waar hij elke dag mee naar school fietst. Deze jongens heeft hij leren kennen op de basisschool. Naast deze vier beste vrienden, heeft hij nog heel veel andere vrienden. Zo heeft hij tientallen vrienden van de voetbal en hockey, waar hij vooral in het weekend veel te vinden is. Ook heeft hij veel vrienden die hij heeft leren kennen in de buurt waar hij woont. Bart vindt het lol maken met zijn vrienden het belangrijkst aan de vriendschappen. Naast lol maken, vindt hij het ook leuk om te chillen met zijn vrienden en ondertussen over meisjes te praten.
Leeftijd speelt voor Bart geen grote rol bij vriendschappen, zo heeft hij bij het feest FRIS een aantal vrienden leren kennen die twee jaar ouder zijn. Hier heeft hij ook een aantal leuke meisjes leren kennen, waar hij nu via Hyves, Facebook en vooral MSN contact mee heeft. Hij vindt het makkelijk om de meisjes te leren kennen via social media, omdat het makkelijker praat dan in het ‘echt’.

  • Isabelle

Isabelle is 14 jaar en woont in Apeldoorn. Ze zit in 2 Havo. Zij heeft drie beste vriendinnen waarmee ze dagelijks afspreekt. Naast school speelt ze hockey en volgt ze zanglessen. Ze heeft twee broers van 16 en 19 jaar. Ze gaat graag met haar vriendinnen shoppen, naar het zwembad, de bioscoop en ze maken graag van elke activiteit foto’s. Deze foto’s plaatst ze vaak op Hyves en Facebook. Ze vinden het erg leuk om op elkaars foto’s te reageren en te zien wat iedereen in het weekend doet. Isabelle doet het goed op school en gaat zonder problemen over naar het derde jaar. Omdat ze nog niet oud genoeg is om uit te gaan, gaat ze graag met haar vriendinnetjes naar het feest FRIS. Ook hier worden veel foto’s gemaakt. Op dit feestje leert ze veel nieuwe vrienden en vriendinnetjes kennen.
Isabelle is een beetje verlegen dus vind ze het spannend om met jongens te praten. Stiekem heeft ze een oogje op Joris van de hockeyclub. Hij is een jaar ouder en zit ook bij haar op school. Ze is al wel bevriend met hem op Hyves. Op Hyves heeft ze 200 vrienden en op haar kersverse account van Facebook heeft ze al 130 vrienden. Deze kent ze allemaal van school, feestjes en hobby’s.
Wanneer ze gaan winkelen (samen met haar beste vriendinnen) vinden ze het leuk om dezelfde soort kleding te kopen, zodat ze er bijna precies hetzelfde uitzien op feestjes. Ze zou graag een smartphone willen, maar haar ouders vinden haar daar nog te jong voor. Maar een klein aantal klasgenootjes zijn in het bezit van een smartphone. Voor haar Samsung heeft ze beltegoed. Dit moet ze zelf kopen van haar zakgeld. Daarnaast krijgt ze ook nog kleedgeld. Samen is dit 100 euro per maand. Ze is ook al met een vriendinnetje mee op vakantie geweest.

Deskresearch pubers

De doelgroep waar wij ons op richten zijn pubers/jongeren in de leeftijdscategorie van 12 tot en met 17 jaar. In Nederland wonen gemiddeld 1,2 miljoen pubers, die bevinden zich niet duidelijk op bepaalde plaatsen in Nederland, maar wonen over het hele land verspreid. (CBS, NRC, 2007)

Tabel Aantal kinderen in miljoenen

1.1 Puberteit
Kinderen van 12 tot en met 17 jaar maken een hoop veranderingen door:

  • hun lichaam verandert;
  • ze gaan zich anders voelen (ouder);
  • hun denkwijze verandert (voor de puberteit waren de ouders heel erg belangrijk, tijdens de puberteit worden vrienden uiteindelijk even belangrijk).

Jongeren moeten dan een evenwicht zoeken tussen de verwachtingen van zijn of haar ouders en vrienden. Er wordt aan twee kanten aan het kind getrokken. De ouders zijn nog steeds belangrijk voor bepaalde adviezen en steun, maar de druk vanuit vriendengroepen nemen ook toe.

Om te zorgen dat een kind niet gebukt gaat onder de groepsdruk moet het kind zelfvertrouwen hebben en weerbaar zijn. Dit kan alleen als ouderen het waarderen wanneer hun kind kritisch is en zelf keuzes maakt. Ouders kunnen hun kind ook sturen op het gebied van het kiezen van een vriendengroep, zodat hun kind niet aansluit bij de ‘verkeerde’ groep. Kinderen die sociaal niet erg sterk zijn, zijn vaak erg kwetsbaar als zij ‘verkeerde’ vrienden kiezen.

Dezelfde gebieden die belangrijk zijn voor fysieke pijn, zijn ook actief bij sociale pijn. In de adolescentie doen deze extra zeer, omdat dan sprake is van overgevoeligheid voor binnen- en buitengesloten worden. Het begrip voor intenties ontwikkelt zich pas later, dus is er ook sprake van kwetsbaarheid. ‘Pubers kunnen zich heel erg buitengesloten voelen zonder dat ze begrijpen waarom dat zo is. Andersom is het gevoel van blijdschap om erbij te horen bij pubers ook heel sterk. Gelukkig is die gevoeligheid dus niet alleen maar negatief.’ Aldus Eveline Crone, hoogleraar neurocognitieve ontwikkelingspsychologie. (De Volkskrant, 2011)

1.2 Hobby’s

Voor de jeugd is tv-kijken hobby nummer één, maar voor pubers vanaf 13 jaar is dat internetten. ‘Door het internet is het echter niet zo dat de pubers minder sociaal worden’, aldus Mariek Vanden Abeele, communicatiewetenschapper aan de KU Leuven.De pubers gebruiken internet namelijk als communicatiemiddel, in plaats van de telefoon.
Vooral 13- tot 15-jarigen gebruiken het internet om te chatten met vrienden en bekenden. Pubers besteden ook veel tijd aan het spelen van games, deze games bieden ook de mogelijkheid om met elkaar te chatten.

Mariek Vanden Abeele, communicatiewetenschapper aan de KU Leuven beweert zelfs het volgende: “Door te chatten hebben ze meer contact met anderen. Het versterkt zelfs hun vriendschappen.” Nadat ze elkaar op school gezien hebben, hebben ze nog via het internet contact. Internet breidt hun sociale leven uit. (Dutchcowboys, 2007)

Jongeren gebruiken nieuwe media vooral als een verlengde van het ‘echte’ leven, dit betekent dat zij alleen communiceren via social media met mensen die zij ook in het echte leven kennen. (Frankwachting, 2010)


1.3 Ouders en vrienden

De huidige generatie jongeren is sterk gericht op zijn nabije omgeving. Hiermee worden hun ouders en vrienden bedoeld. De vriendenkring ligt meestal in het verlengde van het ouderlijke milieu. De meeste vriendschappen worden gesloten via school, sportclubs of de buurt. 99% van de jongeren tussen 12 en 18 jaar besteedt gemiddeld ruim acht uur per week van hun vrije tijd aan internet. Zij hebben hierbij contact met hun vrienden, maar maken ook nieuwe vrienden online via virtuele communities zoals Habbo. (Qrius, 2009)

Jongeren hebben vaak honderden vrienden op hun social media account, maar zij communiceren maar met vier tot zeven vrienden op regelmatige basis. Voor alle social media geldt dat 20 procent van de vrienden zorgt voor 70 procent van de interacties.

Tegenwoordig ontwikkelen de lichamen van tieners veel sneller, 12-jarige meisjes zien er al uit alsof zij 18 zijn. Dit kan de aandacht van oudere jongens trekken, terwijl er maar een aantal tieners klaar is voor een psychische relatie. Het is daarom belangrijk dat de ouders van de tieners hun kinderen helpen met bijvoorbeeld onderwerpen als liefde en seks. Dit kunnen zij doen door middel van praten, maar als hun tiener nog niet klaar is om erover te praten, kan het ook handig zijn om kinderen te wijzen op een boek of een website. Op deze manier kunnen zij zelf antwoorden zoeken, zonder dat zij zich schamen of ongemakkelijk voelen tegenover hun ouders. (Herald Sun, 2011)

1.4 Vriendschappen

Vrienden zijn erg belangrijk voor pubers. Zij leren zichzelf te ontwikkelen op sociaal gebied door middel van vriendschappen. Pubers proberen dingen uit met vrienden, zoals: roken, drinken of andere dingen waar de ouders het niet altijd mee eens zijn. (infonu, 2009)
In de ogen van vele ouders is de telefoon het belangrijkste voor hun kinderen, aangezien ze dan te allen tijde contact kunnen houden met hun vrienden. Er bestaat echter een onderscheid in vriendschappen. Jongeren kunnen wederkerige maar ook zogenaamde gewenste beste vrienden hebben. Onder wederkerige beste vrienden worden onder jongeren ‘elkaars beste vrienden’ verstaan. Bij gewenste beste vrienden wordt verstaan dat de vriendschap van één kant komt.

Jongeren worden vooral beïnvloed door gewenste beste vrienden, omdat ze met die vrienden echt bevriend willen zijn. Jongeren denken dat de kans daarop groter wordt als hij of zij op die gewenste vriend(in) lijkt. Dat betekent dat het gedrag dus wordt afgestemd of wordt aangepast aan het gedrag van die gewenste vriend(in). (Los Angeles Times, 2011)

Uit onderzoek van het Britse communicatiebureau Dubit, blijkt dat kinderen een stuk minder materialistisch zijn dan vaak gedacht wordt. Onderwerpen als goede vrienden en een veilig thuis scoren als ‘erg belangrijk’. Daarna dingen als respect krijgen van anderen, intelligent zijn en genoeg te eten hebben. Pas als laatste op de lijst staan onderwerpen als veel geld en coole merken bezitten. (Marketing Data, 2009) Ook uit het onderzoek van NFO Trendbox komt naar voren dat bij jongeren tussen de 12 en 18 jaar de onderwerpen vriendschap en gezondheid bovenaan staan in de prioriteiten top-5. (Marketing Data, 2002)

1.4.1 Drie vriendschapsvormen

Tijdens de puberteit kunnen jongeren zich ook bevinden binnen drie vormen van vriendschappen, namelijk:

  • De kliek: een klein groepje jongeren dat bevriend is en zich als groep onderscheidt van de rest, wordt een kliek genoemd. Een kliek biedt jongeren bescherming en zekerheid. Bij een kliek is de kans echter het grootst dat een kind aansluit bij een ‘foute’ groep.
  • De groep: de druk om te voldoen aan de verwachtingen van een groep is binnen de vriendengroep het grootst. Bij een groep aansluiten biedt zekerheid, maar het kan ook tot verzet leiden, want er ontstaat in de puberteit ook behoefte aan individualisatie.
  • De individuele vriendschap: voor de behoefte aan individualisatie is een kind beter op zijn plek binnen een individuele vriendschap

(Opvoedadvies, 2011)

Binnen deze vormen van vriendschappen bestaan er duidelijk verschillen in de intimiteit binnen vriendschappen van jongens en meisjes. Bij meisjes speelt vertrouwen een grotere rol bij vriendschapsrelaties dan bij jongens. Intieme vriendschappen komen daarom vaker voor bij meisjes. (Leerarrangement1-4, 2011)

1.4.2 Leerzame vriendschappen

Jongeren leren het volgende uit vriendschappen:

  • hoe je een band moet onderhouden (openstellen/samenwerken/conflicten oplossen);
  • hoe je gevoelens/gedachtes kunt uitwisselen;
  • hoe je emoties uit/reguleert/luisterend oor bent;
  • hoe je standpunten inneemt t.o.v. allerlei zaken.

Jongeren, oftewel pubers, hebben er veel voor over om bij een groep te horen. Het zelfvertrouwen wordt daardoor beter, zij menen dan te weten wie ze zijn en krijgen dan steun van de groep. Hoe meer jongeren zich identificeren met de groep, hoe meer invloed een vriendengroep kan hebben. Dat kan ook negatief uitpakken. Normen en waarden kunnen op die manier aangetast worden. Wanneer vriendengroepen een slechte invloed hebben op het kind dan kan dat gevaarlijk zijn voor de ontwikkeling, omdat de hele groep hetzelfde gedrag vertoont. Als je als kind (puber) dan afwijkt van dat gedrag, dan wordt je vaak buitengesloten buiten de groep.

Kortom, jongeren die een deel uit maken van een groep hebben meer zelfvertrouwen dan kinderen die er niet bij horen. Als jongeren dus bij een groep horen, dan heeft dat een sterke invloed op het gevoel van eigenwaarde.

1.4.3 Trends

Op het gebied van vriendschappen en jongeren zijn er verschillende trends zichtbaar. Jongeren zijn tegenwoordig vooral actief op de sociale media. Het aantal gebruikers van sociale media neemt nog steeds toe. Volgens Klantinteractie en Kenniscentrum is vooral Facebook erg populair onder de gebruikers van social media. (Klantinteractie Kenniscentrum, 2010) Ook op de trendwebsite thenextweb.com wordt aangegeven dat Facebook het meest populair is onder jongeren. Op deze website wordt ook duidelijk dat maar weinig tieners een account hebben op Twitter. (the next web, 2011)

Tabel op wat voor social media tieners een account hebben

Jongeren houden hun vriendschappen steeds meer bij via sociale media. Zodra jongeren op het internet zitten, gebruiken zij de sociale media om contacten te onderhouden met hun vrienden. De jeugd van tegenwoordig surft veel op het internet, maar daar worden ze niet minder sociaal van. Dit gezien het feit dat zij via internet juist veel contact hebben met vrienden en familie.

Een andere opvallende trend is dat sociale media positieve effecten heeft op jongeren. Dit komt volgens Klantinteractie en Kenniscentrum omdat de jongeren onderling erg complimenteus zijn op het internet. (Klantinteractie Kenniscentrum, 2011) Van de reacties op foto’s en statusberichten is 94,9% positief en 96,6% ervaart reacties van vrienden als positief. Deze positieve berichten leiden tot een positievere zelfevaluatie. Positieve reacties van anderen leiden ook tot meer zelfvertrouwen. Het tevreden gevoel geeft hen het gevoel dat zij geaccepteerd worden. (J. Bode, 2011)
Ook is aan het aantal reacties op foto’s te zien of iemand veel of juist weinig vrienden heeft. Hoe meer reacties, hoe meer vrienden iemand heeft. Jongeren zijn op het internet dus goed bezig als het gaat om het onderhouden van vriendschappen, want ze zijn namelijk erg complimenteus tegenover elkaar.

1.4.4 Invloed van social media

In het huidige tijdperk van digitalisering is te zien dat social media absoluut invloed heeft op de vriendschappen tussen mensen. De generatie die tussen 1980 en 2011 geboren is, is opgegroeid met al deze digitale ontwikkelingen, en ze spelen voor hun dan ook een grote rol. Ouderen zijn stroever in hun veranderingen, dit is te zien in het feit dat ouderen (>50) vaker willen dat hun sociale leven niet verandert door sociale media, zoals bij jongeren (<30). Op het gebied van social media zijn er al verscheidene trends gesignaleerd. Zo was het eerst de trend om zoveel mogelijk vrienden te hebben in de digitale omgeving. Het gevolg was een periode waarin iedereen weer selectief ging kijken wie hun echte vrienden waren, om vervolgens de anderen te verwijderen als vriend. Over het algemeen zijn Nederlanders wel tevreden over de invloed van social media op de manier van communiceren. Verwachte positieve veranderingen in het sociale leven dankzij social media zijn:

  • Beter op de hoogte zijn waar vrienden en familie mee bezig zijn (41 procent)
  • Vaker contact hebben met familie en vrienden (33 procent)
  • Beter contact met familie en vrienden (24 procent) (Change index, 2010)

Uit het Youth Report, een enquête die door Sugababes.nl onder 8000 jongeren is gehouden, blijkt dat zeker 85% van de Nederlandse jongeren tussen 13 en 24 jaar vriendschappen sluit via internet. De helft van deze jongeren heeft een of meerdere vrienden waar zij alleen contact mee hebben via internet. (Marketing Data, 2005)

1.4.5 Ontwikkelingen binnen het gebruik van social media

Tegenwoordig gebruikt het merendeel van de Nederlanders hun social media voor privé doeleinden. Echter, 52 procent verwacht dat social media niet meer weg te denken zal zijn uit het professionele leven. Een opvallend feit is dat vrouwen vaker gebruik maken van social media, en ook positiever zijn over de invloed van social media op hun sociale leven. (Change index, 2010)
In de huidige fase van social media zal er steeds meer vraag komen naar beeldmateriaal. Zo is te zien dat meer dan 10 procent van alle views op YouTube via sociale netwerken komt. Deze ontwikkeling is echter te generaliseren voor de gehele samenleving, het wordt steeds meer een beeldcultuur. Daarnaast is het de trend dat gebruikers steeds meer willen delen via hun sociale media. Het gemak van delen zal in de komende tijd verder worden ontwikkeld. (Frankwatching, 2010)

1.5 Vrijetijdsbesteding

Pubers kunnen op meerdere manieren vriendschappen onderhouden. Zo kunnen zij vrienden hebben bij hun in de straat, op school of op de sportclub. Door sociale contacten ontstaan er vriendschappen. Het is dus noodzakelijk dat jongeren tijdens de vrijetijdsbesteding meer sociaal contact hebben.

Bijna alle 12 tot en met 17 jarigen (99%) zien hun vrienden een keer per week of vaker. Dit in tegenstelling tot hun familie, 75% ziet familieleden een keer per week of vaker. Pubers besteden dus gemiddeld meer tijd aan vrienden en kennissen dan aan familie. (CBS, 2011)

Tabel sociale contacten pubers

1.5.1 Multimedia

Ruim 95% van de pubers zit nog op school. Naast de tijd die zij doorbrengen op school en aan hun schoolwerk, hebben zij nog veel andere activiteiten in hun vrije tijd. Uit onderzoek van OIVO blijkt echter dat jongeren hun vrije tijd voornamelijk besteden aan multimedia. Tv-kijken (98%), internetten (92%), muziek luisteren (90%) en gamen (78%) staan bovenaan in de lijst van activiteiten die men tijdens de vrije tijd uitvoert. Dit zijn over het algemeen activiteiten die men alleen doet. De activiteiten die men uitvoert met vrienden of ander gezelschap, zoals: sporten (72%), iets gaan drinken (71%), uitgaan (48%) en op pad gaan met een jeugdbeweging (34%) staan lager geklasseerd.

In de afgelopen jaren keken pubers steeds minder televisie en besteedden zij juist meer tijd aan internet. De afname van televisie komt niet doordat de televisie minder populair is, maar omdat internet ook de mogelijkheid biedt om online gemiste programma’s terug te kijken. (CBS, 2010) Naast het gebruik van verschillende media, beoefent bijna driekwart van de jongeren een sport. Ook brengen zij wel eens een bezoek aan musea, wat vaak vanuit school geregeld is. (Youngmarketing, 2010)

tabel voorkeursactiviteiten tieners

1.5.2 Sport

Jongeren doen tegenwoordig minder aan sport. Dit is zorgwekkend, want het OIVO pleit voor meer actievere vormen van vrijetijdsbesteding. Het OIVO vreest dat multimedia die plaats van hobby’s zal innemen. Volgens het OIVO is sporten niet alleen gezond, maar ook goed voor het sociale gedeelte van het leven van een kind. Als men minder gaat sporten dan raakt men op den duur achter op het gebied van socialisatie.

1.6 De overheid

De overheid heeft geen campagnes in het verleden gehad die specifiek gericht zijn op jongeren met betrekking tot vriendschap. Wel zijn er verschillende campagnes gericht op jongeren. Deze campagnes staan hieronder aangegeven en kort beschreven.

1.6.1 Jongeren in een scheiding (2011)

Jaarlijks zijn er 70,000 kinderen in Nederland wiens ouders gaan scheiden. Met deze campagne wil SIRE ouders bewust maken van de consequenties van een scheiding voor hun kinderen, en helpen om een scheiding vanuit het oogpunt van de kinderen goed te laten verlopen. De campagne maakt indringend duidelijk hoeveel invloed de woorden van scheidende ouders kunnen hebben op hun kinderen. De geportretteerde kinderen zijn getatoeëerd door de woorden van hun ouders, letterlijk. Dit maakt duidelijk dat de conflicten in scheiding niet alleen op het moment zelf grote impact hebben, maar mogelijk een leven lang invloed zullen hebben op het kind.

1.6.2 Digitaal pesten (2007)

De digitale wereld kent geen grenzen. Op internet gedragen onschuldige kinderen zich soms als monsters. Een klasgenoot uitschelden, tijdens het chatten vrienden tegen elkaar opzetten, iemand de dood wensen in een sms’je of elkaars computers infecteren met een virus zijn onder kinderen hele gewone praktijken. We noemen dat digitaal pesten. En net als ‘gewoon’ pesten heeft digitaal pesten in veel situaties ernstige gevolgen. Kinderen hebben geen idee van wat ze aanrichten en weten vaak zelf niet eens meer wie ze zijn als ze online gaan. Logisch, als niemand ze confronteert met wat wel en niet kan. SIRE wil dat ouders, leerkrachten en kinderen zelf bewust worden van de grenzen op internet. Dezelfde grenzen als die op straat gelden. Daarom werd in 2007 deze campagne gevoerd.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: